Het juiste moment van snoeien bepaalt voor een groot deel hoe rijk je rozen later in het seizoen bloeien. In de meeste tuinen valt dat moment in het late voorjaar, wanneer de eerste blaadjes uitlopen en de vorst echt achter de rug is. Te vroeg snoeien is riskant, omdat late nachtvorst de verse snoeiwonden kan beschadigen.

Wanneer je begint

Een betrouwbaar teken is de bloei van de forsythia. Loopt die struik geel uit, dan mogen ook de meeste rozen onder het mes. Wacht je liever op de plant zelf, kijk dan naar de knoppen: zodra die opzwellen en een rode kleur krijgen, is het zover.

Hoe je de snoei aanpakt

Gebruik altijd een scherpe, schone snoeischaar om uitscheuren en infecties te voorkomen. Snoei net boven een naar buiten gerichte knop, met een schuine snede die van de knop af loopt. Zo blijft het hart van de struik open en kan de lucht goed doorstromen.

  • Verwijder eerst al het dode en bevroren hout tot op gezond, wit weefsel.
  • Knip dunne, kruisende takken weg die elkaar schuren.
  • Kort gezonde scheuten in tot ongeveer vijf knoppen voor struikrozen.

Klimrozen vragen een mildere aanpak: laat de lange hoofdtakken staan en kort vooral de zijscheuten in. Bij deze rozen ontstaan de bloemen namelijk op het hout van vorig jaar.

Ruim na het snoeien al het afval netjes op en laat geen bladeren rond de voet liggen. Oude bladeren zijn een geliefde overwinteringsplaats voor sterroetdauw en andere schimmels. Een schone start in het voorjaar betekent vaak een gezonder en kleurrijker rozenperk in de zomer.